Consumeren

In de oude economie

Als consument ben je de speelbal van producenten en hun marketeers die tegen elkaar concurreren en nooit genoeg winst maken. Je wordt voortdurend beïnvloed door commercie en marketingcampagnes die ervoor moeten zorgen dat jij de behoeftes krijgt die de winsten verder vergroten. Het komt erop neer dat je steeds de boodschap krijgt dat je niet genoeg bent zonder dat je het bepaalde product hebt of gebruik maakt van die specifieke dienst.

De spullen die je koopt zijn al gauw weer uit de mode of functioneren niet meer. De producten zijn erop gericht ervoor te zorgen dat je blijft kopen bij specifiek die producent, dus er is al gauw weer een nieuwer, beter model en het stekkertje van het ding dat de concurrent maakt past niet op het exemplaar dat jij hebt.

Het ligt niet voor de hand dat je producten hergebruikt, verduurzaamt of deelt. Dit zou de groeiende winst van de producent in gevaar brengen.

Het productaanbod is niet primair ondersteunend of een verbetering voor de consument; het draait bij het consumeren vooral om de ongebreidelde groei van de producent.

NOOT: voor een gedeelte komt in deze machinerie al een kentering en er staan veel ondernemers op die het anders doen of willen doen. Maar zonder nieuw fundament in ons economische leven houden deze ondernemers óf geen stand óf ze veranderen op den duur in winstgerichte ondernemingen van de oude stempel.

In de nieuwe economie

De consument bestaat eigenlijk niet meer. Producten en diensten zijn erop gericht om zoveel mogelijk aan te sluiten bij alle behoeften die er zijn. Het gaat niet om zoveel mogelijk geld te genereren of zoveel mogelijk te besparen (geld is een hulpmiddel, geen doel op zich meer). Het gaat er juist om dat een product echt bijdraagt aan meer plezier, grotere welvaart, meer geluk voor iedereen. Een grotere beschikbaarheid van een product betekent méér waarde in plaats van minder waarde: meer mensen toegang geven tot hun behoeften en verlangens, geven een artikel of dienst juist meer toegevoegde waarde voor de producent.

Voortaan wordt onderscheid gemaakt tussen producten die bij de basis horen (voeding, huisvesting, infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg) en producten die je de kans geven je uit te drukken in het leven. De eerste categorie wordt tegen een zo laag mogelijke vergoeding aangeboden, voor zover gewenst en mogelijk gratis. Ondernemen of werken binnen deze categorie wordt hoog beloond. Voor de tweede categorie blijft een vrije markt bestaan.

Consumeren en produceren lopen steeds meer door elkaar heen: als consument heb je rechtstreeks invloed op het product en zo mogelijk draag je eraan bij met jouw talent om het verder te verbeteren.

Het gaat er juist om duurzame spullen te leveren die lang meegaan en zo mogelijk gedeeld kunnen worden, zodat er ook weer meer (financiële en materiële) mogelijkheden ontstaan om gebruik te maken van producten en diensten die je gelukkig maken. Bedrijven werken samen waar het kan in win-win deals, dus je bent geen speelbal meer van concurrentie.

Vrijheid staat voorop, dus zo weinig mogelijk regels voor wat je mag consumeren. De gevolgen van consumptie zijn je eigen verantwoordelijkheid. Je krijgt hier wel volop onderwijs, voorlichting en informatie over en de mogelijkheid op een veilige manier uit te proberen wat voor jou persoonlijk werkt.